Antidrone Systemen

Droneweerbaarheid, incidentlogging en C-UAS voorbereiding voor Nederlandse organisaties

Leipzig: er lag een derde drone

Antidrone-sensormast met radardome langs het hek van een luchthaven bij schemer, verkeerstoren op de achtergrond

Update 6 september: Duitsland wil beheerders van kritieke infrastructuur laten terugslaan

Duitsland bereidt een breed veiligheidspakket voor tegen drone-aanvallen, cyberinbraken en andere vermoedelijke Russische sabotage, na de mislukte aanval op de luchthaven van vorige maand. Reuters meldde dat zondag op basis van Bild am Sonntag. Minister van Binnenlandse Zaken Alexander Dobrindt zegt daarin dat hybride aanvallen die aan Rusland worden toegeschreven onderdeel van het dagelijks leven zijn geworden en naar verwachting zullen toenemen, maar dat Duitsland zichzelf kan verdedigen. Moskou ontkent betrokkenheid bij het incident op de Duitse luchthaven en dreigde te reageren op wat het ministerie van Buitenlandse Zaken daar “anti-Russische actie” noemde.

Voor deze reeks is één maatregel belangrijker dan de rest. Exploitanten van kritieke infrastructuur, waaronder elektriciteitsbedrijven en defensiefabrikanten, zouden wettelijke bevoegdheid krijgen om actief tegen drones op te treden, in plaats van beperkt te blijven tot detecteren. Daarnaast wil Duitsland de mobiele anti-dronecapaciteit van de politie uitbreiden, met snel inzetbare eenheden in steden die het luchtruim rond vervoersknooppunten en regeringsdistricten bewaken. Het derde onderdeel is een nationaal cyberschild, in het bericht een “cyberdome” genoemd: een netwerk van digitale sensoren dat hackpogingen moet detecteren en onderscheppen. Daarbij horen ook meer AI-ondersteunde techniek, biometrische gezichtsherkenning en videobewaking, onder meer op treinstations. Het Duitse ministerie van Binnenlandse Zaken reageerde niet direct op een verzoek om commentaar.

Dit corrigeert wat hieronder staat. In de update van 5 september schreven wij dat “hybride dreiging” de categorie is waarin de beheerder zelf verantwoordelijk blijft — detectie, hekwerk, procedures, eigen kosten — en “aanval” de zaak naar de staat trekt. Die tweedeling houdt geen stand. Duitsland kiest voor de derde weg: het woord blijft in het midden, maar de bevoegdheid verhuist naar de beheerder zelf. Wie een terrein beveiligt, wordt in dat voorstel geen partij die om hulp vraagt maar een partij die zelf mag ingrijpen. Dat is een aanzienlijk zwaardere verantwoordelijkheid dan een sensor uitlezen.

Het is nadrukkelijk nog een voorstel, gemeld door één krant en overgenomen door één persbureau; er ligt geen wettekst en er is geen datum. Maar de richting is voor Nederlandse beheerders relevant, want de Nederlandse situatie is nu precies wat het Duitse voorstel wil beëindigen: detecteren mag, optreden niet. Verschuift die grens ook hier, dan is de vraag niet meer of je iets ziet, maar wat je vervolgens doet en wie aansprakelijk is als dat misgaat. Dat is een procedurevraag, en die stel je liever voordat de bevoegdheid er is dan erna.

Update 5 september: “een aanval, punt”, zegt de Belgische minister

De Belgische minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) weigert het incident in Leipzig een “hybride dreiging” te noemen. “Wat in Leipzig is gebeurd, is een aanval, gewoon een aanval”, zei hij vrijdag in De Afspraak op Vrijdag. “We zitten in een soort oorlog. We krijgen elke dag te maken met cyberaanvallen. In de Finse Golf worden kabels doorgesneden. Dat zijn aanvallen. Ze voeren oorlog tegen ons.” Op de vraag of we bang moeten zijn, stelde hij gerust: we moeten ons ervan bewust zijn dat we in een nieuwe wereld leven. Bron: Belga over de uitspraken van Quintin. De toeschrijving aan Rusland waar hij op voortbouwt, staat in onze update hieronder en in ons stuk over de hybride drones boven Europa.

Voor wie een terrein beveiligt is dat woord geen semantiek. “Hybride dreiging” is een categorie waarin een beheerder zelf verantwoordelijk blijft: detectie, hekwerk, procedures, eigen kosten. “Aanval” trekt de zaak naar defensie en naar de staat, met een ander mandaat om in te grijpen en een andere rekening. Tussen die twee woorden zit ook je polis: veel Nederlandse verzekeringen sluiten schade door molest uit, en wat een minister voor de camera een oorlogshandeling noemt, is precies het argument dat een verzekeraar later aanhaalt. Wie na Leipzig zijn dekking niet heeft nagelezen, doet dat nu.

Tegelijk verandert er aan de sensor niets, en dat blijft het punt van deze hele reeks. Of het incident een aanval heet of een dreiging, het derde toestel lag tien dagen op een akker voordat iemand het opraapte. Woorden veranderen wie er betaalt en wie er mag optreden. Ze veranderen niet of je kunt tellen wat er over je hek is gekomen.

Update 25 augustus, later op de dag: Merz zegt de daders bijna te kunnen noemen

Bondskanselier Merz zei dinsdag voor aanvang van een tweedaags coalitieberaad dat binnenkort bekend wordt gemaakt wie er achter de aanslagpoging op Leipzig/Halle zit. Volgens hem is er bewijs dat naar de daders leidt. De Duitse justitie zelf wil er geen vragen over beantwoorden. De veiligheidsdiensten vermoeden volgens lokale media betrokkenheid van Russische diensten, maar de regering heeft niemand beschuldigd. Merz koppelde de gevonden explosieven en de andere aanwijzingen aan wat hij een “reële dreiging” voor Duitsland noemde: “Duitsland is in toenemende mate doelwit van hybride aanvallen. Aanvallers gaan steeds meedogenlozer te werk, waarbij ze materiële schade, maar ook doden en gewonden voor lief nemen.” Bron: NOS over de derde drone en de aanwijzingen over de daders.

Voor wie detectie inkoopt verandert er met een naam niets aan de techniek, en dat is precies het punt. Toeschrijving komt maanden na de vlucht; de sensor moet het binnen seconden doen. Wat wel verandert is de aanname eronder: bij een statelijke actor is een tweede en derde toestel geen uitzondering maar het ontwerp, en dat is de aanname waar de dekkingsberekening hieronder op hoort te rusten.

Update 25 augustus: er lag een derde drone, en die werd tien dagen niet gevonden

Het aantal klopt niet meer. Volgens onderzoek van de Süddeutsche Zeitung, NDR en WDR gaan de Duitse autoriteiten er niet langer van uit dat er één of twee vliegende objecten in het spel waren. Op 14 augustus werd een derde drone gevonden op een akker in de gemeente Kabelsketal, in de Saalekreis, direct grenzend aan het westelijke deel van het luchthaventerrein. Een dag later trof men op die vindplaats een stof aan die volgens een eerste inschatting ongeveer 50 gram hexogeen kan zijn, een militaire springstof. Ook die lading was niet afgegaan. Het Bundeskriminalamt en de Generalbundesanwalt onderzoeken nu welke rol elk van de toestellen speelde. Bronnen: Die Zeit over de derde drone en Welt over de vondst in het Kabelsketal.

Dit corrigeert wat hieronder staat. Wij schreven over één drone met springstof plus een tweede object dat mogelijk meefilmde. Dat beeld is te klein. De volgorde is nu: op 4 augustus lag er een drone met springlading in het beveiligde deel van het terrein, tussen Oekraïense vrachtvliegtuigen, kennelijk bedoeld om te landen op de met kerosine gevulde vleugels. Ongeveer twintig minuten later botste een tweede object met een DHL-vrachtvliegtuig dat door de sluiting van de noordbaan moest doorstarten. Dat toestel week uit naar Hannover en had lichte schade; de piloten zagen op 300 tot 400 meter hoogte iets van ongeveer 30 centimeter. Die tweede drone is tot op heden niet teruggevonden. Het derde toestel lag tien dagen op een akker naast het vliegveld voordat iemand het opraapte. Let op het onderscheid met de cijfers in onze update van 23 augustus: die gingen over de lading van de eerste drone, niet over deze 50 gram.

Niet de springstof is hier het nieuws, maar dat gat van tien dagen. Een luchthaven met hekwerk, camera’s en patrouilles kon na die avond niet vertellen hoeveel objecten er in de lucht hadden gezeten. Het derde toestel is niet gevonden door detectie; het is gevonden omdat het ergens lag. Wie na zo’n nacht geen sluitende telling kan overleggen, weet niet wat er is binnengekomen. Hij weet alleen wat er is teruggevonden, en dat zijn twee verschillende getallen. Precies daarom is de vraag “hoeveel objecten waren het” een detectievraag en geen recherchevraag: de recherche vindt wat achterblijft, detectie telt wat langskomt.

En eerlijk over de eigen redenering hierboven: in elke update van deze maand is een nieuw detail gelezen als bevestiging van hetzelfde patroon, en dat is een valkuil. Die 50 gram hexogeen is voorlopig een eerste inschatting van de recherche, geen laboratoriumuitslag. Het aantal drones is in drie weken van één naar drie gegaan en kan volgende week opnieuw veranderen. Wie op basis van deze vondst nu al de opdrachtgever aanwijst, doet hetzelfde als wat wij eerder deden met het DNA-spoor: een lijn doortrekken die nog niet vastligt.

Update 23 augustus: het DNA krijgt een richting, en die heet GRU

Nieuwe berichtgeving maakt de DNA-lijn uit onze update van 10 augustus concreter. De lading op de drone was volgens deze reporting, samengevat door upday, zo’n 600 gram Semtex, verpakt in een maïsblik dat aan het toestel was bevestigd en bij de inslag losraakte. Het DNA-spoor op de drone matcht met ten minste één persoon die verdacht wordt van de pakketbomcampagne van juli 2024: brandbommen die toen ontploften bij DHL-faciliteiten in Leipzig en Birmingham, met twee extra pakketten die in Polen werden gevonden. Alle pakketten uit die campagne waren verzonden vanuit Vilnius.

Daar komen twee stemmen bovenop. Veiligheidsexpert Peter Neumann van King’s College London noemt de DNA-match het “rokende pistool” en stelt dat de operatie werd geleid door de Russische militaire inlichtingendienst GRU. De Duitse parlementariër Roderich Kiesewetter formuleert voorzichtiger: als het DNA op de drone overeenkomt met de sporen van de DHL-aanslagen van 2024, bevestigt dat GRU-betrokkenheid, en het gedragspatroon sluit volgens hem aan bij Russische operationele methoden.

Voor dit vak verandert er één ding wezenlijk: het patroon is nu met een keten verbonden. Waarnemingen in drie landen, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Litouwen, moesten naast elkaar gelegd worden voordat deze lijn zichtbaar werd. Geen enkele afzonderlijke locatie had dit verhaal kunnen vertellen. Dat is precies het argument voor registratie en uitwisseling van waarnemingen dat we hieronder voeren, en het is vanaf vandaag geen theoretisch argument meer.

Op vliegveld Leipzig lag een drone met semtex en een ontsteker naast een Oekraïens vrachtvliegtuig. (Inmiddels gaat het om drie toestellen; zie de update van 25 augustus bovenaan.) De Duitse minister Dobrindt noemt het een aanslagpoging en spreekt van een “nieuw niveau van dreiging”. De vraag die daarna komt is oncomfortabel: waarom lag dat ding daar überhaupt?

Want dit is niet gebeurd op een verlaten weiland. Dit is een internationale luchthaven met hekwerk, camera’s, patrouilles en een verkeerstoren. Toch kwam er een drone binnen, landde die vlak bij een vliegtuig, en werd hij pas gevonden nadat de NAVO hem in de lucht had gezien. Dat is geen detectie, dat is geluk.

Detecteren is iets anders dan zien

Een luchthaven ziet vliegtuigen omdat vliegtuigen zichzelf melden: transponders, radar, radiocontact. Een kleine drone doet niets van dat alles. Hij is klein, vliegt laag, heeft een minieme radarsignatuur en verdwijnt tussen gebouwen en grondruis. Klassieke luchthavenradar is er simpelweg niet voor gebouwd.

Wat wel werkt, werkt in lagen:

  • RF-detectie luistert naar het radioverkeer tussen drone en piloot. Snel en relatief goedkoop, maar blind voor een drone die op een vooraf geprogrammeerde route vliegt zonder zender.
  • Radar speciaal afgestemd op kleine, langzame objecten ziet ook die stille drones — maar heeft last van vogels, en van alles wat op een luchthaven beweegt.
  • Optische en infraroodcamera’s geven de bevestiging: is het een drone of een meeuw. Werkt pas goed als iets anders eerst zegt waar je moet kijken.
  • Akoestische sensoren horen de propellers. Op een luchthaven met draaiende straalmotoren is dat kansloos.

Geen enkele laag is op zichzelf genoeg. Dat is precies waarom een echt systeem duur is, en waarom veel locaties het uitstellen.

En dan? Zien is nog niet stoppen

Stel je detecteert hem wel. Dan begint het volgende probleem. Een jammer die de verbinding verbreekt, werkt niet tegen een drone die autonoom een route afvliegt — die valt gewoon terug op zijn eigen navigatie. GPS-spoofing kan hem misleiden, maar op een luchthaven zit je met apparatuur waar je liever niet mee rommelt. Neerschieten boven een tarmac vol kerosine is geen optie. Vangnetten en interceptiedrones werken, maar alleen als je op tijd bent.

In Leipzig ging het explosief volgens Bild niet af omdat de ontsteker niet werkte. Dat is de eerlijke samenvatting van de verdediging die daar heeft gewerkt: een defect onderdeel bij de aanvaller.

Detectie is geen optionele begrotingspost meer

Wij vinden dat dit incident het einde markeert van “drone-detectie” als optionele post op de begroting.

Jarenlang is antidrone-techniek behandeld als iets voor gevangenissen, festivals en de incidentele staatsbezoek-bubbel. Kritieke infrastructuur — luchthavens, havens, energiecentrales, datacenters — leunde op hekken, camera’s en het idee dat niemand de moeite zou nemen. Leipzig laat zien dat iemand die moeite wél neemt, en met militaire springstof aankomt.

Er is nog iets dat ons opvalt, en dat vinden we het meest verontrustende deel: er was volgens Bild een tweede drone met een camera, om het te filmen. Iemand die filmt, wil beeld. Beeld wil je hebben om te tonen. Dat betekent dat het effect deels het doel was — en dat werkt ook als de bom niet afgaat. Half Europa praat er nu over terwijl er niemand gewond is geraakt. Op die manier is de aanslag technisch mislukt en qua doel geslaagd.

Daar kun je één ding tegenover zetten: rust en zichtbare weerbaarheid. Een locatie die kan aantonen dat ze detecteert, registreert en optreedt, is een saai doelwit. Saai is precies wat je wilt zijn.

Onze conclusie is onaangenaam simpel. Wie kritieke infrastructuur beheert en vandaag geen antwoord heeft op de vraag “hoe merken wij het als er een drone boven ons terrein hangt”, heeft geen beveiligingsplan maar een aanname. In Leipzig hield die aanname stand door een kapotte ontsteker.

Update: de bestuurder stond waarschijnlijk binnen het hek

Er zijn twee dingen bijgekomen die onze conclusie hierboven scherper maken, en één die haar deels onderuithaalt.

Het eerste: het Oekraïense toestel was volgens een politierapport geladen met militaire munitie uit Frankrijk. Dat verandert het schadescenario compleet. Een explosief naast een vliegtuig is erg; een explosief naast een vliegtuig vol munitie is een secundaire explosie waar je perimeter niet meer toe doet.

Update 7 augustus: Uit aanvullend politieonderzoek blijkt dat de Antonov zijn lading al een dag eerder had gelost: op het moment van het incident zat er waarschijnlijk geen munitie meer aan boord, meldt de NOS. Het toestel hád wel munitie vervoerd. Het Duitse Openbaar Ministerie heeft het onderzoek overgenomen en spreekt nu officieel van een gerichte aanval op logistieke infrastructuur met professionele explosieven; minister Dobrindt sluit niet uit dat een ander land erachter zit. Voor de beveiligingsvraag verandert er daarmee niets: de drone stond er, de dader kwam ongezien bij het hek. Het toegangsprobleem blijft het probleem.

Het tweede komt van defensiespecialist Patrick Bolder van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies. Het type drone kan niet ver vliegen, zegt hij, dus “de bestuurder is dus dichtbij geweest, misschien zelfs binnen de hekken van de luchthaven”.

Daar moeten we eerlijk over zijn, want het raakt onze eigen vakgebied. Als de bestuurder binnen het hek stond, is geen enkel counter-drone-systeem het antwoord. Dan is dit geen luchtruimprobleem maar een toegangsprobleem: badges, screening, terreincontrole, aannemers, tijdelijk personeel. De duurste radar ter wereld helpt je niet tegen iemand die al binnen is en zijn toestel twintig meter hoog laat hangen. Wij vinden dat de discussie over antidrone-techniek te vaak stopt bij sensoren, terwijl de zwakste schakel bij dit soort incidenten menselijk is.

Het derde punt is een nuancering van onze toon. Lambèr Royakkers, hoogleraar aan de TU Eindhoven en oud-docent aan de Nederlandse Defensieacademie, vindt van een “nieuw niveau van dreiging” geen sprake: “We weten al jaren dat zelfs hele goedkope consumentendrones gepaard kunnen gaan met explosieven of andere gevaarlijke materialen.”

Daar zijn wij het mee eens, en het is ongemakkelijker dan het klinkt. Als dit al jaren bekend is, dan is Leipzig geen verrassing maar een rekening. Elke bestuurder die dit dossier doorschoof met het argument dat het nog te vroeg was, kan zich vandaag niet beroepen op een dreiging die uit het niets kwam.

Over wat wél werkt zijn beide experts nuchter. Bolder: er zijn systemen om drones te detecteren, “maar er zijn altijd zwarte vlekken en blinde hoeken”. Royakkers houdt het op 80 tot 90 procent, mits je maatregelen combineert — geofencing als digitaal hek, samen met jamming van de radiosignalen.

Die 80 tot 90 procent is wat ons betreft het eerlijkste getal in dit hele dossier. Het is geen verkooppraatje van een leverancier en het belooft geen dichte koepel. Wie een systeem koopt dat honderd procent claimt, koopt een verkeerde belofte. Wie er een koopt dat negen van de tien gevallen ziet en de rest met toegangscontrole en procedures afdekt, doet het goed.

Update 8 augustus: zes vluchten in zeven uur, en niemand greep in

Wat wij hierboven over detectie schreven, is deze week op een pijnlijke manier getest. In de nacht van donderdag op vrijdag zijn boven het Materiallager Mechernich bij Bonn twee drones gesignaleerd. Ze maakten tussen 22.00 en 05.00 uur zes vluchten boven de plek waar Amerikaanse Patriot-raketafweersystemen worden gerepareerd, meldt onder meer NRC op basis van bevestiging door het Duitse leger. Volgens Die Zeit was een van de toestellen een Fly-380 VTOL, met een laadvermogen van meer dan tien kilo. De militaire politie heeft de zaak overgedragen aan de civiele politie.

Zes vluchten in zeven uur is voor wie met detectie werkt het interessantste getal uit dit hele bericht. Het betekent dat de drones zijn opgemerkt — anders wisten we het aantal niet — en dat de vluchten desondanks konden doorgaan. Dat is precies het gat waar wij het in dit artikel over hebben: detectie zonder een besluitvormings- en opvolgingsroute levert een keurig incidentlogboek op en verder niets.

Voor een civiele locatie is de les hetzelfde. Vraag bij elk detectiesysteem niet alleen wat het ziet, maar wie er wakker wordt van een melding om drie uur ’s nachts, wat die persoon dan mag, en binnen hoeveel minuten dat gebeurt. Zonder die drie antwoorden koop je een sensor, geen weerbaarheid — zoals we uitwerken in droneweerbaarheid opbouwen in lagen en in de vragenlijst voor het inkopen van C-UAS.

Het tweede signaal van dezelfde dag: in Bulgarije ontplofte een drone met een aanzienlijke hoeveelheid explosieven bij de grensovergang Kardam, op een kilometer van een compressorstation van de Trans-Balkanpijplijn. Geen schade, geen gewonden. Ook daar gaat het om infrastructuur, niet om een militair doelwit.

Update 10 augustus: de drone lag er niet, hij raakte het vliegtuig

Er is een detail bijgekomen dat één zin bovenaan dit artikel onjuist maakt. Wij schreven dat de drone “landde vlak bij een vliegtuig” en pas ’s nachts op de baan werd gevonden. Dat klopt niet meer. Volgens camerabeelden die het onderzoeksteam heeft uitgelezen, vloog het object dinsdagavond rond 19.30 uur recht op een geparkeerde Antonov af en sloeg het in op een van de vleugels. Daarna viel het zonder te detoneren op de grond. Sporen op het toestel bevestigen dat scenario, meldt Der Tagesspiegel op basis van berichtgeving van Die Zeit en Bild.

Voor wie met detectie werkt, verandert dat de zaak op twee punten.

Ten eerste het tijdstip. Wij dachten dat het incident zich in de nacht afspeelde. Het gebeurde vroeg op de avond, op een luchthaven die dan gewoon draait, en het duurde daarna nog uren voordat iemand het ding zag liggen. Het gat zit dus niet in “wie kijkt er ’s nachts”, maar in iets ongemakkelijkers: er vloog een object tegen een vliegtuig aan en niemand merkte het op het moment zelf.

Ten tweede de plek van de inslag. Een vleugel is niet zomaar plaatwerk — daar zitten in de regel de kerosinetanks. De springstof raakte bij de klap los van de drone en kwam op enige afstand op de grond terecht. Dat de lading niet afging is dus niet alleen een kwestie van een kapotte ontsteker, maar ook van een explosief dat op het beslissende moment niet meer op zijn plek zat. Twee keer geluk, achter elkaar.

Ook het verhaal over de buschauffeur klopt anders dan het rondging. Hij heeft de drone niet uit de lucht getrapt. Hij vond hem op de zuidbaan, zette er een voet op om hem vast te houden en waarschuwde het beveiligingspersoneel. Dat is het eerlijke beeld van hoe dit is ontdekt: door iemand die toevallig langsreed en goed keek.

De DNA-spoor is het echte nieuws

Op de drone hebben rechercheurs een DNA-spoor veiliggesteld. Volgens Bild komt dat spoor overeen met het DNA van de brandaanslag op het DHL-logistiekcentrum in Leipzig in juli 2024 — die aanslag met brandbare pakketten die destijds als test voor aanslagen op vrachtvliegtuigen werd gezien. Aanvankelijk was het spoor aan geen enkele persoon gekoppeld; reporting van 23 augustus koppelt het inmiddels aan ten minste één verdachte uit de pakketbomcampagne van 2024 (zie de update bovenaan). Die Zeit meldt dat hetzelfde DNA al eerder in Litouwen is geregistreerd.

Als dat standhoudt, praat je niet over een losse actie maar over dezelfde hand, twee jaar en drie landen uit elkaar, steeds op logistiek. Dat maakt de vraag uit ons artikel scherper: een locatie die alleen op incidentniveau denkt, ziet zo’n patroon nooit. Wie zijn waarnemingen wel vastlegt en deelt, ziet het na verloop van tijd wel — dat is precies waarom we in van losse dronewaarneming naar incidentbeeld zo hameren op logging, en waarom de vraag “wat wilt u eigenlijk meten” uit detectievragen bij drones geen papieren oefening is.

En nog één ding dat wij hierboven verkeerd hebben ingeschat. We schreven dat het effect deels het doel was, omdat er volgens Bild een tweede drone meefilmde. Met een derde toestel erbij houdt die lezing geen stand als verklaring voor het geheel. Maar een toestel dat fysiek tegen een vleugel aan vliegt, is niet in de eerste plaats bedoeld om beeld te maken. Dit was een poging om iets op te blazen die op centimeters is misgegaan.

Bronnen: NOS — drone met explosieven gevonden bij Oekraïens vliegtuig, NOS — Dobrindt noemt het een aanslagpoging, NOS — vliegtuig was beladen met munitie, NRC — drones boven militaire legerbasis en ANP — ontplofte drone bij Bulgaarse gaspijplijn, Der Tagesspiegel — DNA-spoor op de drone en upday — DNA koppelt drone aan GRU-netwerk.

Stel je vraag Reactie meestal op werkdagen