
Ergens in het Haagse Benoordenhout staat een sensor die het gewoon opschrijft. Een drone komt binnen dertig meter van een ambassadeterrein, hoogte en tijdstip gaan de database in, en dan gebeurt er niets meer wat iemand later kan terugvinden. Twee jaar lang, 311 keer.
Dat getal komt uit data van het Haagse dronedetectiesysteem, opgevraagd via de Wet open overheid door Den Haag Centraal en Onderzoekscollectief Spit. Tussen september 2023 en september 2025 werden 311 drones geregistreerd binnen dertig meter boven of nabij ambassadeterreinen en internationale organisaties. Het ministerie van Buitenlandse Zaken noemt die vluchten “onwenselijk” en spreekt van een “potentieel veiligheidsrisico”. De meldingen zijn gedeeld met politie en gemeente.
De gemeente registreert het niet, de politie kan het niet zeggen
Wat er vervolgens gebeurde, staat nergens. De gemeente Den Haag krijgt zulke signalen “van tijd tot tijd” maar registreert ze niet, omdat ze naar eigen zeggen niet de eerstverantwoordelijke partij is en een beperkte rol heeft. De politie bevestigt dat er regelmatig meldingen zijn van drones in de Haagse no-flyzones, maar kan niet zeggen hoe vaak ze optrad. Reden: het is niet altijd te achterhalen wie de bestuurder is, en soms gaat het om hobbyisten die de regels niet kennen.
Dat laatste is geen smoes. In dezelfde pilot, Shield genaamd, werden vorig jaar 26.942 dronevluchten waargenomen van 3381 unieke drones, tegen 11.622 vluchten van 2180 drones het jaar ervoor. Die verdubbeling komt deels doordat er een sensor bij kwam en oude sensoren zijn vervangen door radars met een groter bereik. Leg de 311 ambassadedetecties naast alle vluchten uit diezelfde twee jaar — 11.622 plus 26.942, samen ruim 38.000 — dan gaat het om acht op de duizend. Rond vrijwel alle Haagse ambassades werd wel iets gezien, de meeste boven die van Suriname, Azerbeidzjan, Zuid-Afrika en Venezuela, plus het Internationaal Strafhof, UNHCR, het IRMCT en het Iran-Verenigde Staten Claims Tribunaal. In een stad met zo’n vijfhonderd ambassades en internationale organisaties, waar een groot deel van het luchtruim no-flyzone is, is dat eerder een beeld van gewone drukte dan van een gerichte campagne.
Een detectiesysteem dat de opvolging niet meelogt, is een weerbericht
Hier nemen wij stelling, en het gaat niet over de drones. Het gaat over het veld dat ontbreekt. Een detectieplatform dat locatie, hoogte, afstand, tijdstip en duur vastlegt maar niet vastlegt of iemand daarna is gaan kijken, produceert geen veiligheid maar een weerbericht: interessant, achteraf, en zonder consequentie. Precies om die reden schreven wij eerder dat een losse waarneming pas een incidentbeeld wordt door logging. Wie twee jaar registreert en daarna niet kan zeggen hoe vaak er is gehandhaafd, heeft de duurste helft van het systeem gekocht en de goedkoopste helft overgeslagen.
Dat is ook niet alleen een Haags probleem. Begin deze maand vonden Duitse autoriteiten op de luchthaven van Leipzig meerdere drones met explosieven, nadat die tegen een Oekraïens vrachtvliegtuig waren gevlogen; ze waren langs het detectiesysteem gekomen. Wij schreven daar eerder over in Leipzig: er lag een derde drone. Detectie die wel meet maar niet leidt tot een handeling, faalt op hetzelfde punt als detectie die niets ziet.
Een teller van 311 verkoopt beter dan hij bewijst
En dan het ongemakkelijke deel voor de kant waar wij op staan. Cijfers als “311 drones bij ambassades” zijn goud voor iedereen die C-UAS-apparatuur verkoopt, en ze bewijzen minder dan ze suggereren. De registratie laat zien wáár een drone is gedetecteerd, niet wie hem vloog of wat hij wilde. Of deze vluchten daadwerkelijk de ambassades als doel hadden, blijkt niet uit de gegevens. Wie dat verschil weglaat in een offerte, doet hetzelfde als de partij die de opvolging niet logt: hij verkoopt een getal in plaats van een beeld.
Er zit trouwens ook een gat in de meting zelf. Rond de Amerikaanse ambassade in Wassenaar werd geen enkele drone geregistreerd; de dichtstbijzijnde detectie lag op 231 meter. Shield noemt als waarschijnlijkste verklaring dat de sensoren daar minder goede dekking hebben. Nul detecties betekent hier dus niet nul drones, maar nul zicht. Uitgerekend daar knelt het: Europese veiligheidsdiensten, waaronder de AIVD, waarschuwen dat pro-Iraanse actoren zich expliciet op Amerikaanse doelwitten richten. De blinde vlek in dit meetnet ligt dus op de plek waar de dreigingsanalyse het scherpst is. Een leeg vakje in een register is geen schoon register.
Kijk of jouw logboek een veld heeft voor “en toen”
Beheer je een terrein met een detectieoplossing, doe dan vanmiddag één ding: open het laatste incident in je log en kijk of er een veld in staat waarin iemand heeft ingevuld wat er daarna is gebeurd. Wie belde wie, ging er iemand kijken, is er iets vastgesteld. Ontbreekt dat veld, dan heb je geen incidentbeeld maar een lijst waarnemingen. Onze detectievragen over meten en loggen lopen precies dat na.
Wordt opvolging een verplicht veld als Shield vast beleid wordt?
Shield is nog steeds een pilot. Zodra de gemeente die pilot omzet in vast beleid, ligt er een keuze op tafel die je in het raadsstuk kunt teruglezen: wordt opvolging een verplicht veld, of blijft het bij detectie. Blijft het bij detectie, dan telt de volgende Woo-verzoeker over twee jaar opnieuw honderden waarnemingen en opnieuw nul handhavingen — en dan is dat geen onthulling meer, maar een ontwerpkeuze.